Bruine kiekendief, Circus aeruginosus / Eurasian Marsh Harrier

Zeeland, april 2009

    


Adult mannetje


L 48-56 cm. V 112-124 cm. Het vrouwtje is bruin met een duidelijk masker. Het mannetje is lichter van kleur en heeft een blauwe staart en een blauwe band over de vleugels. De slagpennen van zowel het mannetje als het vrouwtje zijn zwart. De Bruinen Kiekendief vliegt gewoonlijk laag, vaak afgewisseld met een zeilvlucht, waarbij de vleugel in een v-vorm zijn opgeheven. De vrouwtjes zijn gemiddeld wat groter dan de mannetjes en kunnen, mede daardoor, ook wat grotere prooien grijpen.

Kiekendieven zijn de enige stootvogel die in een geheel open gebied kunnen leven en niet afhankelijk zijn van bomen. Ze bewonen bij voorkeur vochtige of moerasachtige gebieden met veel riet. Ze foerageren tot ver in de omtrek van hun nest en kunnen op veel plaatsen worden gezien.

Jaarvogel. In de winter trekt het overgrote deel van de Bruine Kiekendieven uit West-Europa weg naar zuidelijker delen van Europa en Noord-Afrika.

Evenals verscheidene andere vogelsoorten, verzamelen ook Bruine Kiekendieven zich buiten de broedtijd vaak tegen het invallen van de duisternis op bepaalde plaatsen en brengen daar gezamenlijk de nacht door. Op dergelijke slaapplaatsen kunnen dagelijks soms wel tientallen exemplaren worden waargenomen. Meestal liggen deze slaapplaatsen op een rustige plek, ergens in een rietveld.

In 1993 werden ca 700 broedparen van deze soort gemeld. Het werkelijke aantal was wellicht iets hoger. Tegenwoordig komen er echter weer veel meer voor. Aantal in Nederland: 1.300-1.450 (2001)



Texel, mei 2013


Zeeland, april 2009 / duikend in het riet met nestmateriaal


Adult man / Zeeland, april 2009


Adult vrouwtje / Zeeland, april 2009


Zeeland, april 2009


Zeeland, april 2009


Zeeland, april 2009


Adult vrouwtje