Geelgors, Emberiza citrinella / Yellowhammer

Uden, juni 2009


Adult mannetje



De geelgors is een stand- en zwerfvogel van diverse halfopen landschappen, zoals licht beboste heide, bosranden en agrarisch gebied met heggen, houtwallen en grazige wegbermen. Het nest wordt op de grond gebouwd, vaak tussen hoge kruiden en struweel. In de broedtijd worden zaden en kleine ongewervelde gegeten; buiten de broedtijd vormen zaden de hoofdmoot van het menu.

De geelgors staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname en de teruglopende verspreiding van de Nederlandse broedpopulatie. In het laatste decennium van de 20ste eeuw lijkt de Geelgors zich te herstellen.

De geelgors kan gerust een der meest opvallende slachtoffers van de enorme naoorlogse verkavelingwoede in ons land genoemd worden. Veruit de voornaamste oorzaak van de dramatische achteruitgang is het verdwijnen van kleinschalige landschapselementen als heggen, houtwallen en extensief beweide graslandjes, in combinatie met een toenemend gebruik van herbiciden en insecticiden. Met name bij natuurgebieden en in de duinstreek spelen ook de toenemende recreatieve drukte en versnippering door aanleg van wegen en bebouwing een rol. Het behoud van kleinschaligheid in het agrarisch gebied en waar mogelijk het herstel van heggen en houtwallen kan de soort kansen bieden. Vooral heggen en houtwallen met een dichte laag struiken, een goed ontwikkelde kruidlaag onder de struiken en kruidenrijke zomen vormen een geliefde broedplaats. Een op natuurwaarden gericht akkerrandbeheer met kruidenrijke randstroken sluit daar goed bij aan. Daarnaast is elke maatregel, die het verstandig omgaan met bestrijdingsmiddelen tot doel heeft van belang. 's Winters dienen voldoende kruidenrijke overhoekjes en stoppelakkers (graankorrels)! aanwezig te zijn. Tot slot: Ook voor natuurgebieden geldt dat een op een gevarieerde vegetatiestructuur gericht beheer de geelgors zeker ten goede komt.

Aantal broedparen in Nederland: 22.000-28.000 (2004)



Polen, april 2005