Grasmus, Sylvia communis / Common whitethroat

Texel, mei 2015


Adult mannetje


De Grasmus is een krasmus. En daarmee is heel goed de 'zang' van de Grasmus te onthouden. Korte strofen. En duidelijk krassend. L 14 cm. Biotoop: halfopen landschap met dichte doornstruiken. Niet bedreigd. Het gaat zelfs heel goed met de Grasmus.

Dat is ooit anders geweest! Aan het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig bleek uit Engelse onderzoeken, dat de populatie van de Grasmus enorm veel kleiner was geworden. Als oorzaak werd toenemende droogte in de Sahel aangegeven. Uit andere onderzoeken bleek dat dit ook reden was voor het in de problemen komen van verscheidene andere trekvogels.
De afname van de Grasmus was niet gering. In totaal moeten er miljoenen Grasmussen getroffen zijn. Voor vele onderzoekers was het de eerste keer dat men zich realiseerde hoe groot de invloed van de situatie in doortreklanden kan zijn. In 1968 en 1969 werd in Engeland een afname vastgesteld van bijna zeventig procent. Ook door onderzoeken elders in Europa werd dit effect bevestigd. Dat blijkt onder andere uit onderzoeken uit ScandinaviŽ en Duitsland. Door de toenemende verdroging en sterke uitbreiding van het oppervlakte woestijngebied, dat voornamelijk door handelen en ingrijpen van de mens werd veroorzaakt, werd het voor veel trekvogels haast onmogelijk het droge en voedselarme gebied over te steken.

In Nederland begon het aantal Grasmussen zich pas vanaf het begin van de jaren tachtig weer langzaam te herstellen. In de periode van 1984 tot 1990 verdubbelde de stand zich bijna.

De grootste dichtheden in Nederland zijn te vinden in het oostelijke deel van het land. De soort voelt zich vooral thuis op zandgronden, maar ook in de duingebieden. In oktober neemt het aantal sterk af en van november tot en met maart zijn ze geheel verdwenen.

Aantal broedparen in Nederland ca. 150.000 (2004)