IJsvogel, Alcedo atthis / kingfisher

Noord-Brabant, april 2015

  


Paartje IJsvogels / mannetje links en vrouwtje rechts



Stilstaand en stromend, helder en visrijk water met steile oevers in bosachtig of halfopen omgeving.

IJsvogels zijn in de broedtijd kenmerkende vogels van beken en rivieren met zoet, stromend water. In mindere mate wordt ook bij stilstaande, visrijke wateren gebroed. De aanwezigheid van zandige of lemige oeverranden is een vereiste, omdat daarin de nesttunnel wordt uitgegraven.

's Winters worden IJsvogels ook bij meer open en brakke of zoute wateren gezien. Het enige wat dan telt, is de aanwezigheid van voldoende voedsel - kleine visjes, waterinsecten en dergelijke - en een ijsvrij, helder wateroppervlak om dat voedsel te kunnen bemachtigen.

Het moeizame herstel van de ijsvogel na de laatste strenge winters heeft alles te maken met de achteruitgang van de kwaliteit van het belangrijkste broedbiotoop; de beken. Negatieve factoren zijn het kanaliseren, waarmee broedgelegenheid verdwijnt en de beek 's zomers sneller uitdroogt, en de vermesting, waardoor het water troebel wordt en belangrijke prooidieren verdwijnen. 

Bij het in 1994 gestarte Project IJsvogel staat het herstel van natuurlijkheid van beken dan ook centraal; van zo'n herstel zal de ijsvogel als 'top-predator' van het beek-ecosysteem zeker profiteren. Vogelwerkgroepen kunnen een belangrijke rol spelen bij het project. Ten eerste is het van groot belang om te weten waar nog ijsvogels broeden (een goed overzicht ontbreekt momenteel vooral in Noord-Brabant en Twente). Verder kunnen plaatselijke knelpunten worden aangegeven en kan alarm worden geslagen bij het constateren van IJsvogel bedreigende acties als het kappen van bomen en lozen van mest in de beek. Ook komt het nogal eens voor dat - vaak nietsvermoedende - recreanten de nesttunnel intrappen of de oudervogels dermate verstoren, dat deze het nest verlaten. Het behoud van rust op de broedplaatsen is dus van groot belang, en dat geldt ook voor kanovaarders en - al dan niet met camera's gewapende - vogelaars! Het creŽren van kunstmatige broedplaatsen (een wand of een nesttunnel) nabij van nature geschikte nestplaatsen zoals lemige beekoevers wordt afgeraden. Vooral op kleiige plaatsen in het westen des lands kan het aanbrengen van zo'n wand wel van nut zijn, speciaal bij wateren waar de soort 's winters geregeld wordt gezien. Zorg er wel voor dat de nestwand niet door recreanten benaderd kan worden. 

Zowel overdag als 's nachts vliegen IJsvogels zich nogal eens dood tegen ruiten en auto's. Het plakken van - in de winkel van Vogelbescherming verkrijgbare - stickers op ramen en terrasruiten kan deze sterfte verminderen. Vogelwerkgroepen kunnen ijveren voor het plakken van dergelijke stickers op ruiten van openbare gebouwen, bus-abris en geluidsschermen, waar sterfte is geconstateerd. Tot slot kunnen de overlevingskansen in strenge winters vergroot worden door het openhouden van wakken.

Aantal broedparen in Nederland: 550-600 broedparen (2002)



Paartje IJsvogels, Noord-Brabant, maart 2014 / mannetje links en vrouwtje rechts


Na de visoverdracht volgt de paring


de paring