Jan van Gent, Morus bassanus / Northern Gannet

Schotland, juni 2005


Adult



Nog een stuk groter dan de Zilvermeeuw. De eerstejaars vogels zijn geheel bruin van kleur en worden elk jaar witter, zodat het witte adultkleed met de zwarte vleugelpunten pas wordt bereikt in het vierde tot zesde kalenderjaar.

Zij vangen hun prooi met een spectaculaire, bijna verticale duik. Om de zich daarbij op kop en lichaam voordoende grote krachten op te vangen heeft de vogel een zware dolksnavel en een sterk gestroomlijnd, sigaarvormig lichaam gekregen. Om de vis goed te kunnen zien, zijn de ogen ook nog zodanig in de kop geplaatst dat de Jan van Gent goed recht vooruit kan kijken.

De Jan van Gent broedt in Europa vooral bij Schotland en IJsland, maar ook op de kanaaleilanden, de Franse kust en in Noorwegen. Op Bass Rock voor de Oost-Schotse kust, bevindt zich een grote kolonie met meer dan 48.000 broedparen. De dichtstbijzijnde kolonie van de Jan van Gent bevindt zich op de Bempton Cliffs (Yorkshire) aan de oostkust van Noord-Engeland. Enkele paren broeden jaarlijks op Helgoland.

Na de broedtijd trekt hij in zuidelijke richting tot aan de kust van Senegal in West-Afrika.

De Jan van Gent is vrijwel het hele jaar door langs de Nederlandse en Belgische kust waar te nemen, hoewel de soort in het najaar het talrijkst wordt gezien. Zijn aanwezigheid in flinke aantallen voor onze kust wordt dikwijls meer bepaald door de aanwezigheid van grote scholen vis waarop kan worden gefoerageerd dan door het voorkomen van stormdepressies. Langs de kust ten zuiden van IJmuiden zijn de aantallen waargenomen Jan van Genten veel minder talrijk dan bij de Hondsbossche Zeewering en de Noordzeekust van de Waddeneilanden.