Kleinste jager Stercorarius parasiticus / Long-tailed Skua

Lobith, september 2007


Juveniel


Volwassen exemplaren met verlengde middelste staartveren van circa 15-20 cm worden vrij gemakkelijk herkend, doch moeilijke herkenning van vooral onvolwassen vogels zou oorzaak kunnen zijn van het geringe aantal waarnemingen van deze soort.

Zijn voorkomen in de broedgebieden schijnt sterk afhankelijk te zijn van de aanwezigheid en de talrijkheid van Lemmingen. Voor het overige bestaat zijn voedsel uit kleine knaagdieren, grote insecten en zelfs de bessen van de Kraaiheide. Ook is de Kleinste Jager in mindere mate dan andere jagersoorten een rover van eieren en jongen van andere toendravogels. In goede lemmingjaren hebben veel Kleinste Jagers een groter legsel dan in slechte jaren.

Het broedgebied moeten we zoeken in de toendragebieden van ScandinaviŽ, IJsland, Groenland en Noord-Rusland. Arctische gebieden dus. De Kleinste Jager overwintert op de oceanen ten zuiden van de evenaar.

Doortrekker. Langs de Nederlandse en Belgische kust is de Kleinste Jager de minst voorkomende jagersoort.