Kneu, Carduelis Cannabina / The Linnet

Overijssel, maart 2006


Adult mannetje



Voor en in het broedseizoen zijn de mannetjes prachtig gekleurd met een karmijnrood voorhoofd en borst, een grijze kop en een roodbruine rug. Ware juweeltjes die niet voor niets ook wel Robijntjes worden genoemd. Lijkt wat op de Roodmus. Is echter iets kleiner en heeft een witte stuit en een grijzig hoofd. Het vrouwtje is egaal bruin-grijs.

Open gebieden met weelderige, gevarieerde kruidenvegetatie en verspreide struiken. Bekende terreinen om Kneuen te zien zijn ook de bermen van spoorbanen met hun verspreide lage bosjes en een veelheid aan onkruiden.

De Kneu is een echte zaadeter die buiten het broedseizoen graag in groepjes zijn kostje ophaalt, niet zelden in flinke groepen gemengd met andere zaadeters zoals Groenlingen, Vinken, Kepen en soms ook Fraters.

Komt in Nederland voor als: Jaarvogel. In landelijke gebieden met veel kruiden en struikgewas, zoals bijvoorbeeld sommige terreinen in de duinen en in de Flevopolders is de Kneu in een groot deel van het jaar algemeen. Vooral in de maanden april en mei ziet men overal Kneuen in paartjes rondvliegen en voedsel zoeken. Zij hebben dan blijkbaar een vaste partner gevonden en doen alles samen. Zij lopen voor je in de berm van de weg en vliegen samen voor je op om even verder weer neer te strijken. Vooral in de duinstreek is de Kneu een algemeen verschijning en op Texel kom je hem in de duinen overal tegen, maar ook langs bosranden en bij boerderijen.
De aantallen Kneuen zijn in Nederland in september het hoogst. Grote aantallen broedvogels en uitgevlogen jongen zwerven dan nog rond en worden dan al aangevuld met flinke aantallen doortrekkers uit ScandinaviŽ.
In oktober vindt de sterkste doortrek plaats en dat is dan net iets later dan het moment waarop de Nederlandse broedvogels wegtrekken.
De Kneu overwintert ten zuiden van ons land van BelgiŽ tot vooral in Zuid-Frankrijk en Spanje. Slechts kleine aantallen trotseren bij ons de risico's van de winterse omstandigheden.

Het verdwijnen van broedgelegenheid zoals heggen en voedsel in de vorm van onkruidzaden zijn factoren die het de Kneu, en hij niet alleen, de laatste decennia flink moeilijk hebben gemaakt.

Aantal broedparen in Nederland: 40.000-50.000 broedparen (2000)



Mannetje, Brabant, mei 2010


Mannetje, Brabant, mei 2010


Adult vrouwtje


Ruiend naar winterkleed / Maasvlakte, september 2008