Kramsvogel, Turdus pilaris / Fieldfare

Texel, januari 2015


Adult


Kleinschalig landschap met hoge bomen en boomgaarden

Het broedgebied van de Kramsvogel ligt voornamelijk ten oosten van Nederland en strekt zich uit van Centraal-Europa tot ver in oostelijke en noordoostelijke richting. In de jaren zeventig leek het erop dat deze soort zich op op grotere schaal in Nederland zou gaan vestigen. Er werd toen een sterke toename vastgesteld, met name in het zuidoosten van het land. Inmiddels is deze stijging van het aantal broedende paren echter tot staan gekomen.

Komt in Nederland voor als: Wintergast en (nu weer) zeldzame broedvogel. In de winter trekken Kramsvogels, soms zelfs vrij massaal, naar West-Europa. Deze exemplaren zijn waarschijnlijk vooral afkomstig uit de Scandinavische landen en zwerven in die tijd op wisselende plaatsen rond. De trek is meestal het sterkst in de maanden oktober en november. Langs de kust en langs de randmeren treedt dan ook vaak stuwing op. Dit is dan ook de periode dat u de meeste kans maakt Kramsvogels aan te treffen. Ze komen dan ook veel voor op verschillende plaatsen, zoals open poldergebieden, maar ook in meer besloten landschapstypen en in dorpen en steden. Men ziet ze dan zelfs ook wel op voertafels, maar ook bessenstruiken in parken en tuinen zijn dan aantrekkelijk voor Kramsvogels.

Het voornaamste 'bolwerk' in Nederland is ook nu nog Zuid-Limburg, maar in alle delen van het land zijn de aantallen stelselmatig afgenomen. Over de oorzaak van de toename en van de achteruitgang tast men in het duister. Ook in andere landen zijn kolonisatiepogingen gedaan. Zo is er een kolonie in Schotland ontstaan en er is zelfs een geļsoleerde kolonie op IJsland! Deze laatste vestiging is vermoedelijk 'per vergissing' ontstaan, nadat een groepje Kramsvogels door een storm te veel in westelijke richting was afgedwaald.

Aantal broedparen in Nederland: 62 broedparen (1998). Het hoogtepunt van de Nederlandse populatie lag in de jaren tachtig. Er broedden toen zeker achthonderd paren!