Paapje, Saxicola rubetra / Whinchat

Spanje, mei 2012


Adult mannetje zomerkleed / op trek naar het broedgebied



Iets kleiner dan een mus. De nauw verwante Roodborsttapuit lijkt niet alleen in z'n gedragingen op het Paapje. Ook het kleed van jongen en wijfjes van beide soorten lijkt wel wat op elkaar.

De Paap, zoals men dit parmantige vogeltje tegenwoordig wil noemen, moet als broedvogel worden gezocht in kruidenrijke vegetaties met geringe begroeiing van struiken en bomen. Daarom zijn ze bij ons aangewezen op vochtige duinvalleien, kruidenrijke gras- en hooilanden, braakliggende terreintjes of open kapvlakten.

Omdat bij ons de Noord-Duitse en Scandinavische Paapjes doortrekken, wekt het de indruk dat ze ook als broedvogel algemener voorkomen dan werkelijk het geval is. De eerste Paapjes worden doorgaans niet voor april gezien en de laatste zijn in oktober verdwenen. Doortrek vindt vooral in mei en augustus-september plaats en dan kan men ze op allerlei open, kruidenrijke terreinen waarnemen. Daarbij gebruiken ze hoge kruiden vaak als uitkijkpost.

Het paapje staat op de Rode Lijst vanwege de sterke afname van het aantal broedparen en het steeds verder inkrimpen van het Nederlandse broedareaal.

De belangrijkste oorzaken voor de enorme afname van het paapje zijn: Het omzetten van hooiland in gras- of maļsland, de verdroging van voorheen vochtige graslanden en de steeds vroegere eerste maaidatum van hooiland. Verruigging en verdroging spelen ook een rol in het deels ongeschikt worden van heide en duingebieden. In Drenthe vertoont de soort een duidelijke voorkeur voor extensief beheerde graslanden en bermen met een rijke insectenfauna. Kunstweiden van Engels raaigras worden gemeden. De enige manier om de soort in het landelijk gebied te behouden is dan ook een omslag in beheer van bermen en graslanden. Wat het grasland betreft lijkt dat alleen mogelijk bij ecologische boeren; in moderne produktiegraslanden zijn geen aanpassingen te bedenken om het paapje - en de levensgemeenschap waar hij voor staat - te doen terugkeren. Verder kan gedacht worden aan bufferzones rond natuurgebieden, waar in het kader van de Relatienota extensief geboerd kan worden. In duinen, heide en hoogvenen is het paapje gebaat bij een beheer dat diversiteit van de vegetatiestructuur bevordert

Aantal broedparen in Nederland: 500-700 broedparen (2004)



Duitsland, mei 2009


Adult vrouwtje


Maasvlakte, september 2008


Noord-Brabant, september 2009


Met voer voor de jongen / Duitsland, juni 2010