Roodborsttapuit, Saxicola rubicola / Stonechat

Spanje, april 2012

  


Adult mannetje



Roodborsttapuiten zijn vogels van open tot halfopen, vaak droge terreinen met enige struweelopslag of hoog opschietende kruiden. Het goed verborgen nest wordt op of net boven de grond gebouwd. Vanaf een uitkijkpost in het territorium wordt het grootste deel van het uit insecten en ander klein gedierte bestaande voedsel opgespoord.
Onze roodborsttapuiten brengen de winter veelal door in Zuidwest-Europa.

De soort staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname van het aantal broedparen en het broedareaal.

De roodborsttapuit is in ons land een vogel van heidevelden, open duinen, zandige cultuurlandschappen en dijken. In de eerste helft van de eeuw broedden hier naar schatting enkele duizenden paren, maar de aantallen konden van jaar op jaar sterk wisselen. Na 1960 lijkt in grote delen van het land een afname te zijn ingezet, met name op de zandgronden. De afname is het grootst in Midden-Nederland, Oost-Brabant, Limburg, Texel en de Achterhoek. Elders is eerder sprake van stabilisatie en in Zeeuws-Vlaanderen zelfs van een toename (vooral veroorzaakt door de relatief warme voorjaren en de milde winters in het wat noordelijker gesitueerde overwinteringgebied).

De afname van de roodborsttapuit is vrijwel beperkt tot het agrarisch gebied. Daarmee staat de soort model voor de steeds verdere verarming van het landelijk gebied. Veelbetekenend is dat de soort vaak meteen na uitvoering van een herverkaveling verdween. Als belangrijkste oorzaken worden genoemd: Het verdwijnen van overhoekjes, het spuiten en branden van sloten, greppels en akkerranden, de groeiende populariteit van - zwaar bemeste - ma´sakkers en de verarming van agrarische graslanden. Alleen een 'cultuuromslag' in het cultuurland lijkt de roodborsttapuit daar te kunnen redden. Zeker is dat ecologisch boeren met oog voor ruige perceelsranden de soort ten goede komt. Herstel van kleinschalig landschapsonderhoud kan daarnaast een nuttige rol spelen. Het tolereren van enige 'slordigheid' in het beheer van agrarische randgebieden is, hoewel misschien niet passend in onze volksaard, de beste manier om de roodborsttapuit in het buitengebied te behouden. Vogelwerkgroepen kunnen de soort helpen door het monitoren van de aantallen, het helpen bij kleinschalig landschapsonderhoud en het stimuleren van een 'groener' beleid in het buitengebied.

Aantal broedparen in Nederland: 6.500 - 7.000 (2004)



Schijndel, maart 2009


Noord-Brabant, juni 2009


Schijndel, maart 2009


Schijndel, maart 2009


Vrouwtje / Schijndel, maart 2009


Vrouwtje / Schijndel, maart 2009


mannetje / Schijndel, maart 2009


mannetje / Schijndel, maart 2009


vrouwtje / Schijndel, april 2009