Smient, Anas penelope

Texel, februari 2005


Adult mannetje



Iets kleiner dan de Wilde Eend. Opvallend is de gele vlek op het voorhoofd en de overigens rode kop. Ze komen voor op meren met rijke onderwater- of drijvende vegetatie. In tegenstelling tot diverse andere eendensoorten duiken Smienten niet naar hun voedsel. Het zijn echte slobberaars, die in het water hun voedsel vanaf het oppervlak naar binnen halen.

De Smient broedt met name op IJsland, het noordelijke deel van Groot-BrittanniŽ, het Scandinavische gebied en Noord-West-Rusland.

Komt in Nederland voor als wintergast en zeldzame broedvogel. De Smient is tegenwoordig in Nederland de meest algemene watervogelsoort. Althans in de winterperiode. In strenge winters trekken veel exemplaren van deze soort door naar de Britse eilanden, Noord-West-Frankrijk en Noord-Spanje.

De vogels die in Nederland overwinteren, komen voornamelijk uit de noordelijke en noordoostelijk gelegen landen. Tegen het einde van het najaar en in de wintertijd verzamelen zich op diverse plaatsen grote groepen Smienten.

In Noord-Holland is de Slooterplas, in het bekende natuurgebied het Twiske, zo'n plek. Het is de grootste rustplaats voor deze soort in Noord-Holland. In oktober zijn de aantallen er nog laag, maar in de loop van november verblijven er gemiddeld 7.500 exemplaren. Vanaf half maart lopen de aantallen zeer snel terug. Het gemiddelde seizoensmaximum in dit gebied is ruim 21.000 exemplaren. Dat is ruim vier procent van de winterpopulatie van noordwestelijke wintervogels. Het gebied is dan ook van internationale betekenis voor de Smient.

Aantal broedparen in Nederland: 35-50 broedparen (1998)



Adult vrouwtje


Adult mannetje


Even de vleugels strekken