Staartmees, Aegithalos caudatus / Long-tailed Tit

Noord-Brabant, maart 2008


Adult


L 14 cm. In Noord- en Noordoost-Europa komt een witkoppige vorm van de Staartmees voor die soms een invasie-achtig optreden in ons land laat zien (1973). Aangezien Nederland in een overgangsgebied van de continentale ondersoorten ligt komen in Nederland zowel streepkoppen als witkoppen en vele tussenvormen voor.

Het nest is cilindervormig en wordt, evenals trouwens bij de Buidelmees, gebouwd van spinrag, schors van Berken en korstmossen. De Staartmees maakt dus geen gebruik van natuurlijke holten, zoals andere mezensoorten wel doen. In Europa ontbreekt de Staartmees in Noord-ScandinaviŽ, Finland en Rusland.

Komt in Nederland voor als: Standvogel. De Staartmezen van de Nederlandse broedpopulatie zijn voornamelijk standvogels, die ook in de winter veelal binnen hun broedgebied verblijven. Soms is in de maand oktober enige doortrek waarneembaar, doch dat gebeurt maar zelden. Meestal betreft het rondzwervende groepjes bestaande uit families van twee broedsels, vaak in gezelschap van andere mezensoorten.
In delen van Friesland, Groningen, Flevoland, het rivierengebied en de Hollandse poldergebieden broedt de Staartmees niet of zeer zelden.

De Staartmees voedt zich het gehele jaar met insecten en is als gevolg daarvan gevoelig voor strenge vorst.

Aantal broedparen in Nederland: 20.000-40.000 broedparen (2000)