Steenuil, Athena noctua / Little owl 

Noord-Brabant, juni 2010

    


Adult met regenworm


Steenuilen leven in diverse halfopen, landschappen. Favoriet zijn extensief gebruikte graslanden en andere kleinschalige agrarische gebieden. De aanwezigheid van heggen, houtwallen en (knot) bomen-rijen is van groot belang. Gebroed wordt in holen; in Nederland vaak in knotwilgen, boerenschuren en konijnenholen en hoogstamboomgaarden. Het voedsel bestaat uit insecten, regenwormen en kleine zoogdieren. De Steenuil staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname van het aantal broedparen.

Tot ver in de twintigste eeuw broedden enkele tienduizenden paren van de steenuil in ons land. De laatste decennia is de stand sterk afgenomen, en bedraagt nu 10.000 tot 14.000 paar. De afname was het grootst in het westen en noorden van het land. De belangrijkste bolwerken bevinden zich nu nabij de grote rivieren, in beekdalen en in Zuid-Limburg.

De afname van de steenuil heeft als voornaamste oorzaak het verlies aan kleinschalig agrarisch biotoop. Bij de talloze ruilverkavelingen verdwenen veel voedselrijke ruige plekjes en de als broedplaats geliefde knotbomen. Verdere aantasting van dit landschapstype dient dan ook voorkomen te worden. Het verlies aan broedgelegenheid in modern agrarisch gebied kan ten dele worden opgevangen met speciaal voor de soort vervaardigde nestkasten. Verder biedt het onderhouden en waar nodig aanbrengen van knotwilgen goede broedgelegenheid. Bij het onderhoud van deze knotbomen moeten de kop van de boom en de daarin aanwezige holten ontzien worden. 

Aantal broedparen in Nederland: 5.500-6.500 (2004)



Noord-Brabant, juni 2010


Noord-Brabant, mei 2010


Noord-Brabant, juni 2006


Schijndel, maart 2009


Schijndel, mei 2006


Schijndel, juli 2006