Torenvalk, Falco Tinnunculus / Kestrel

Brabant, december 2008


Adult mannetje


Het mannetje van de Torenvalk is kleiner dan het vrouwtje. Het is de enige roofvogel met een overwegend roodachtige kleur. De jachtwijze van de Torenvalk verschilt totaal van die van de Sperwer. De Torenvalk jaagt op het vlakke land en heeft slanke vleugels, waardoor accelereren niet zo snel kan als de Sperwer dat doet.
Torenvalken zijn vaak gemakkelijk te herkennen door het stilstaan in de lucht, het zogenaamde 'wiekelen' of 'bidden'. Ze zijn dan op zoek naar muizen en ze laten zich op de bodem neer als ze hun kans schoon zien.

Ze broeden tot midden in onze steden en dorpen in kerktorens en andere gebouwen, ruļnes, fabrieken, hoogspanningsmasten, windmolens, stallen en schuren, maar ook veel in oude nesten van Eksters, Zwarte Kraai, in eendenkorven en de laatste tientallen jaren ook in de speciaal voor hen opgehangen nestkasten. Soms worden ze zelfs koloniegewijs vastgesteld.

De meest algemene stootvogel die bij ons voorkomt, is de Torenvalk. Ze zijn het gehele jaar te zien en onder hen bevinden zich zowel standvogels als zwerf - en trekvogels. Ten gevolge van gebrek aan voedsel zou in bepaalde jaren dat er weinig muizen voorkomen, trek plaatsvinden naar het zuiden tot in Noord -Afrika toe. Hun aantal fluctueert soms sterk ten gevolge van het voedselaanbod.

Aantal broedparen in Nederland: 5.000-7.500 broedparen (2000)



Met een gevangen muis / januari 2011


Brabant, december 2008 / even uitrekken


Brabant, december 2008 / even uitrekken


Texel, januari 2006 / Adult vrouwtje


Texel, oktober 2006 / adult man


Brabant, maart 2009