Wilde zwaan, Cygnus cygnus / The Whooper Swan

Noord-Brabant, januari 2015


Adult


De Wilde Zwaan is iets groter dan een Knobbelzwaan. De gemiddelde vleugelspanwijdte van 230 centimeter, is ruim zeven centimeter meer dan die van de Knobbelzwaan en vijfendertig centimeter meer dan die van de Kleine Zwaan.

De broedgebieden strekken zich uit van het noordwesten, het noorden en het noordoosten van Europa tot aan de Oeral. De soort komt als broedvogel onder andere voor in het noorden van Schotland, IJsland, ScandinaviŽ en vooral in Rusland, maar ook wel in wat meer zuidoostelijk gelegen landen, zoals Hongarije en Slowakije.

De Wilde Zwaan is hier uitsluitend wintergast en doortrekker. De exemplaren die uit het meest westelijke deel van het broedgebied komen, overwinteren voornamelijk in Groot-BrittanniŽ en Ierland. Op het vaste land van West-Europa komen in de winter hoofdzakelijk de exemplaren uit het oosten voor, die een meer westelijke trekrichting aanhouden. In het midden van de winter zijn de aantallen overwinterende Wilde Zwanen het hoogst. De eerste groepjes arriveren vanaf november. De soort vertrekt weer naar de broedgebieden in maart. Gedurende de tijd daarvoor zijn ze, onder andere te vinden op zoute, brakke en zoete wateren, zoals de Zeeuwse Delta, het IJsselmeer-gebied of de Waddenzee. Ook in het rivierengebied houden jaarlijks groepen Wilde Zwanen zich op.

De aantallen overwinterende Wilde Zwanen schommelen wat sterker dan die van de Kleine Zwaan, die ook hier veelvuldig overwintert. In strengere winters zijn de aantallen Wilde Zwanen duidelijk merkbaar hoger dan in de mildere jaren. Ze zijn wat minder sterk gebonden aan zoet water dan de andere twee zwanensoorten



Noord-Brabant, februari 2013


 


Met 2 jongen