Zanglijster, Turdus philomelos / Song Thrush

Oostvaardersplassen, september 2009


Adult



Luid en duidelijk is de zang van de zanglijster. Luider dan de Merel. De Zanglijster kent een skala van fluiten en melodieen. Maar praktisch altijd zit in de zang een drie maal herhaalde kreet.

De Zanglijster is iets kleiner dan een Merel. Opvallend is de gespikkelde borst. Lijkt daardoor sterk op de Grote Lijster. Maar die is aanmerkelijk groter. Komt voor in parken en bossen. Ook in de dorpen en steden. Niet in naaldbos.

Ze besmeren hun nest van binnen met vochtige aarde, vochtig mos en blad die ze halen uit een vijvertje, dakgoten of andere vochtige plekken, waardoor de nestkom prachtig is glad gemetseld. Misschien heeft dit te maken met de uiterst dunnen huid die ze hebben.

In de dorpen heeft een zanglijster genoeg aan zo'n 2 hectare. In de bossen hebben ze wat meer ruimte nodig: zo'n 3 tot 5 hectare.

Zomergast. De vogels in de dorpen blijven soms. De anderen trekken weg rond september/oktober en gaan dan naar Zuid-Europa en Noord-Africa. In Maart zijn de trekkers weer terug. Soms zelfs al in Februari. Maar nadat de jongen goed en wel zich zelfstandig kunnen helpen, zijn ze uit het broedgebied verdwenen.

Aantal broedparen in Nederland: 120.000-160.000 broedparen (2000)



Brabant, april 2009