Kerkuil, Tyto Alba / Barn Owl

Zuid-Holland, april 2008


AAdult


Komen voor bij boerderijen en dorpen in halfopen kleinschalig landschap.

De zeer tot de verbeelding sprekende kerkuil broedt en jaagt vaak in menselijke omgeving, maar slechts weinigen krijgen hem wat beter te zien. Veel voorkomende broedplaatsen zijn boerenschuren, kerktorens en andere bouwwerken, een enkele keer ook holle bomen. Het voedsel bestaat voornamelijk uit veldmuizen, aangevuld met huisspits- en bosspitsmuizen.

Jonge kerkuilen kunnen soms flinke zwerftochten maken, maar eenmaal gevestigde vogels verblijven hun leven lang in hetzelfde leefgebied. De kerkuil staat op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname van het aantal broedparen.

De afname van de kerkuil werd deels veroorzaakt door het verdwijnen van nestgelegenheid in kerken en boerenschuren. Begin jaren zeventig werd een nestkast-programma opgezet. De speciaal voor de soort gemaakte nestkasten bleken goed aan te slaan; inmiddels broedt zo'n tachtig procent van de Nederlandse kerkuilen erin! De door Vogelbescherming ondersteunde Kerkuilen Werkgroep Nederland bestaat uit regionale groepen die zich bezighouden met het aanbrengen en onderhouden van nestkasten en het geven van voorlichting; een schoolvoorbeeld van een goed geslaagd beschermings-initiatief. Toch blijft bescherming natuurlijk niet bij kasten alleen. Alleen de aanwezigheid van een rijke en gevarieerde kleine zoogdierfauna kan de soort op termijn redden. Het aanbieden van voedsel in strenge winters heeft zeker zijn nut, maar moet als een overgangsmaatregel worden gezien. Een natuurvriendelijk beheer van dijken, wegbermen, randen van boomgaarden, akkers en sloten is onontbeerlijk voor het behoud van de kerkuil in Nederland. In het kader van het soortbeschermingsplan wordt in Friesland en de Achterhoek momenteel onderzoek gedaan naar het beheer van perceelsranden en bermen ten behoeve van muizen en daarmee van de kerkuil. Ook het waar mogelijk muisvriendelijk inrichten van boerenerven kan een belangrijke rol spelen. Bij de Kerkuilen Werkgroep is een speciale folder verkrijgbaar die dit soort biotoop-maatregelen nader toelicht. Helaas vallen veel in wegbermen jagende kerkuilen ten prooi aan het verkeer. De bermen van drukke wegen dienen dus juist een muis-onvriendelijk beheer te krijgen, terwijl elders voor compensatie gezorgd dient te worden, bij voorbeeld in de vorm van ruige akkerranden en grazige dijkvegetaties. Verder is het zaak om precies te weten te komen, welke factoren de kansen op een succesvol broedsel bepalen. Nader onderzoek zal hier de komende jaren wellicht een antwoord op kunnen geven. Verder is het geregeld onderzoeken van braakballen van belang.

Aantal broedparen in Nederland: 1368 broedparen (1998)



Even de vleugels strekken


Juveniel / Mariaheide, juni 2004